Industria Nieuwsbulletin - augustus 2003, nr.3

MONUMENT VAN DE MAAND: CACAOFABRIEK FA. PETTE , WORMERVEER.

Onlangs is de restauratie voltooid van de chocoladefabriek van de firma J.Pette HZN, aan de Marktstraat in het centrum van Wormerveer.  In 1873  stichtte de ondernemer Pette op deze plaats een cacaofabriek,  als opvolger van de uit de zeventiende eeuw daterende cacaomolen ‘’De Arend’’.  Aan het begin van de twintigste eeuw  kende het bedrijf een ongekende bloeiperiode, waardoor de fabriek in de jaren 1916-1919  fors werd uitgebreid.  Voor het ontwerp van de nieuwe fabrieksgebouwen werd de vooruitstrevende Wormerveerse architect Mart J. Stam aangetrokken.  Architect Stam was een van de pioniers op het gebied van de bouw van grote betonconstructies, een in die tijd nog nieuw en onbekend bouwmateriaal. Blikvanger van het nieuwe complex was de 28 meter hoge in beton opgetrokken cacaotoren. In de toren werden cacaobonen opgeslagen, die per schip vanaf de Zaan werden aangevoerd. De vier bouwlagen tellende toren is opgetrokken in een strakke, expressionistische stijl met gevelversieringen in de stijl van de Art-Deco. De toren wordt bekroond door een geknikt schilddak met dakkapellen, waarin de hijsinstallatie was ondergebracht waarmee de zakken cacao naar binnen werden gehesen. Op het dak is een betonnen reliëf aangebracht met een afbeelding van

een gestileerde adelaar, het handelsmerk van de firma Pette. Op de hoeklisenen zijn vier natuurstenen gestileerde bijenkorven aangebracht in het beton, symbool van de nijverheid.  De cacaotoren was met een verbindingsgang verbonden met de in 1919 achter de toren gebouwde chocoladefabriek, waarin het eigenlijke produktieproces plaatsvond.  Ook deze fabriek is in beton opgetrokken en werd eveneens ontworpen door Mart J.Stam.  Bijzonder in de architectuur van de chocoladefabriek en de cacaotoren is de toepassing van betonnen paddestoelkolommen, een van de vroegste voorbeelden van deze bouwconstructie in Nederland. Tot de bekendste produkten van de chocoladefabriek behoren de bekende “’Koetjesrepen’’ en Engelse drop.  Later werd het bedrijf overgenomen door de firma Boon. In 1970 werden de bedrijfsactiviteiten naar elders verplaatst en kwamen de oude fabrieksgebouwen leeg te staan. In de jaren daarna werden vele plannen ontwikkeld voor het complex, die alle schipbreuk leden.  In 2000 kwam de doorbraak met de aankoop van het complex door woningbouw ‘’De Woonmij’’  uit Wormerveer. De woningbouwvereniging liet de oude chocoladefabriek met de cacaotoren grondig restaureren door architectenbureau FKG uit Zaandijk en vestigde haar hoofdkantoor in het complex.  In 2001 is de voormalige chocoladefabriek met de cacaotoren op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.

Foto Wormerveer, cacaotoren firma Pette, na restauratie(foto Frank Welgemoed)

 

FIEN-NIEUWS

Studiedag Gelderse steenfabrieken, 27 augustus.

Afgelopen voorjaar publiceerde de Rijksdienst voor Monumentenzorg het rapport ‘’Ruimte voor cultuur’’, geschreven door drs. Peter Nijhof, landelijk coördinator industrieel erfgoed.  In dit rapport wordt een waardestellend onderzoek beschreven naar  oude steenfabrieken in het Gelderse rivierengebied.  Voor het onderzoek zijn ca. 100 locaties van steenfabrieken onderzocht en geïnventariseerd in de periode 2001-2002.   Slechts een enkele authentieke steenfabriek in het onderzoeksgebied is nog in gebruik, zoals de steenfabriek ‘’Randwijk ‘’ in Heteren.  Het rapport bevat een aantal aanbevelingen, waaronder het voorstel een tiental min of meer gave historische steenfabrieken en restanten van steenfabrieken als rijksmonument te behouden, binnen de nauwe kaders van het beleidsplan van Rijkswaterstaat ‘’Ruimte voor de rivier’’. Dit laatste plan behelst het scheppen van ruimte in de uiterwaarden voor de berging van rivierwater, een uitgangspunt dat strijdig is met het behoud van cultuurhistorische elementen in de uiterwaarden zoals oude steenfabrieken.

Naar aanleiding van de publicatie van dit rapport organiseert FIEN een studiedag over de behoudsproblematiek van historische steenfabrieken in het Gelderse rivierengebied.  Het programma is als volgt:

De studiemiddag wordt gehouden op woensdag 27 augustus in de Landbouwhogeschool te Wageningen, gebouw voor Microbiologie /gebouw nr. 341, H.van Suchtelenweg 4.  Deelnamekosten per persoon € 25,=, inclusief 1 exemplaar van het rapport ‘’Ruimte voor cultuur’’. Inschrijving voor 16 augustus, bij voorkeur per E-mail aan secretaris@industrieel-erfgoed.nl  of per post aan FIEN, Postbus 92023, 1090 AA Amsterdam.

Najaarsvergadering FIEN, Den Haag.

Ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van de SHIE vindt de najaarsvergadering van de FIEN dit jaar plaats in Den Haag. Het voorlopige programma is als volgt:

 

AGENDA

1.       Congres ‘’Herbestemming industrieel erfgoed.

Op 26 september 2003 organiseert de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in samenwerking met ‘’Arko Conferences’’, uitgever van managementpublicaties, het tweede congres over  herbestemming van industrieel erfgoed in Nederland. Het congres is bestemd voor managers, projectleiders en gemeenteambtenaren en wethouders, betrokken bij  monumentenzorg.

Centraal tijdens het congres zal staan de mogelijkheid van herbestemming van industrieel erfgoed op basis van ‘’leisure’’, een optie die uitgaat van behoud van cultureel erfgoed als onderdeel van een toeristisch masterplan.

Diverse deskundigen zullen inleidingen houden over de algemene ontwikkelingen met betrekking tot leisure en herbestemming, met als voorbeeld de herbestemming van de oude marinegebouwen op het terrein van de Rijkswerf in Den Helder. Onderdeel van het congres is een rondvaart door het bassingebied, een historische binnenhaven in Maastricht uit het begin van de industrialisatie, die onlangs geheel is gerenoveerd.

Het congres vindt plaats in het Van der Valk-hotel, Nijverheidsweg 35 in Maastricht.

Informatie over het congres : Arko Conferences, t.a.v. helen van Hengstum; tel. 030-6028090.  Deelname kosten per persoon: € 575,=.

2.       Tentoonstelling ‘’Ruik Rotterdam’’

In het Historisch museum Schielandhuis in Rotterdam is tot 6 oktober de tentoonstelling ‘’Ruik Rotterdam’’ te bezichtigen. In deze tentoonstelling staan de geuren uit de havenstad centraal, met  een belangrijke rol voor de geuren die te maken hebben met bepaalde bedrijven en de geuren die te maken hebben met het havenbedrijf.  Het was niet gemakkelijk een tentoonstelling te maken met als uitgangspunt de geur van het verleden.  In de tentoonstelling wordt de bezoeker geconfronteerd met  geuren die aan een specifieke lokatie gebonden zijn, zoals de geuren van de havenwijk Katendrecht, met bijbehorende beelden en verhalen, foto’s, en gesproken teksten, die het oude Katendrecht weer tot leven brengen. Op dezelfde wijze worden het gebombardeerde centrum in mei 1940, het nieuwe centrum en nog vier andere stadsdelen in de tentoonstelling een geurige of stinkende, maar altijd herkenbare werkelijkheid. Zo wordt ‘’Ruik Rotterdam voor de actief snuivende, kijkende en luisterende bezoeker een lange, intense schok van herkenning. 

3.       Fototentoonstelling Industrieel erfgoed, Hengelo

Tot 17 september is in het Hengelo’s Educatief Industrie Museum(HEIM) een foto expositie te bezichtigen van werk van de Zwolse fotograaf Marcel Overbeek.

De tentoongestelde zwart-witfoto’s  laten een selectie  zien van ca. vijftig industriële monumenten in Salland en Twente. De meeste opnamen zijn ca. twintig jaar geleden gemaakt, en sommige afgebeelde objecten zijn inmiddels verdwenen, zoals de suikerfabriek in Lemelerveld en de elektrische centrale in Hengelo, gebouwd in 1968 en dit voorjaar gesloopt.  Het Sallandse deel van de expositie was eerder dit jaar te zien in Heino, voor de tentoonstelling in Hengelo is de expositie aangevuld met Twentse industriële objecten, waaronder textielfabrieken in Nijverdal en Almelo, een stoomhoutzagerij in Oldenzaal en een zoutboortoren in Hengelo.

       foto: Nijverdal, turbinehal van de Koninklijke Stoomblekerij(1910)

 

NIEUWS UIT DE AANGESLOTEN ORGANISATIES

Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed(BOEI)

BOEI heeft onlangs de voormalige steenfabriek ‘’De Bovenste Polder’’ bij Wageningen aangekocht. Door de aankoop is het financieel mogelijk de laatste fase van de restauratie van het complex af te ronden.

De Stichting tot Behoud van de Bovenste Polder, die sinds 1995 zich bezig hield met het behoud en de restauratie van de steenfabriek, heeft in de periode 1995-2000 subsidies voor de restauratie in de wacht kunnen slepen, maar de geldstroom droogde  daarna op.  Door de verkoop van het complex aan BOEI, dat beschikt over goedkoop aandelenkapitaal en een financiering van het Nationaal Restauratiefonds,  is het nu wel mogelijk om gelden vrij te maken voor de laatste fase van de restauratie, die ca. €  150.000 zal bedragen. De steenfabriek De Bovenste Polder ligt in de uiterwaarden van de Nederrijn en werd in de huidige vorm in 1923  gebouwd.  In 1968 werd de fabriek gesloten. De fabriek heeft een ringoven met een dubbele houten kap, waartussen een schoorsteen staat. Sinds het begin van de restauratie in 1997 wordt het complex gebruikt als huisvesting voor kunstenaars, twee gezinnen, een kanovereniging en oefenruimte voor muziekgroepen.

BOEI  werd in 1999 gesticht en is een organisatie die zonder winstoogmerk het instandhouden van Rijksmonumenten, en in het bijzonder industriële monumenten tot doel heeft.  BOEI verwacht nog dit jaar over te gaan tot de restauratie van twee andere belangwekkende projecten: de voormalige zeepfabriek ‘’De Ster’’ in Etten-Leur en een leerlooierij in Dongen.

voor meer informatie: www.boei.nl

Foto  steenfabriek De Bovenste Polder

Stichting Haags Industrieel Erfgoed (SHIE)

De SHIE bestaat dit jaar 10 jaar.  In het kader van dit jubileum worden diverse activiteiten ontplooid.  Zo werd op 15 mei j.l. de website van de SHIE (www.shie.nl)  gelanceerd. Op de website is in ruime mate informatie aanwezig over de diverse activiteiten van het industrieel  verleden van de Haagse regio. Op donderdag 10 juli heeft de SHIE een vernieuwde publieksfolder gepresenteerd. De nieuwe folder bevat informatie over industrieel erfgoed en de SHIE en haar werkterrein, de informatie is voorzien van fraaie afbeeldingen in kleur van industrieel erfgoed in de regio. De functie van de folder is het publiek kennis te laten maken met het fenomeen industrieel erfgoed en het op de hoogte brengen van de SHIE-activitetien. Het industriële verleden in de regio Den Haag leeft vaak nog voort in de verhalen, die ook voor de SHIE interessant zijn om vast te leggen. Het is daarom van belang met de nieuwe folder een zo breed mogelijk publiek te bereiken.

De SHIE streeft ernaar tastbare herinneringen aan het industriële verleden te behouden in de vorm van historische bedrijfspanden, producten, bedrijfsarchieven, reclame etc.

De nieuwe SHIE-folder is voorzien van een aanmeldingskaart voor nieuwe donateurs. Deze  ontvangen een welkomstpakket en kunnen met korting de jubileumpublicatie, die aan het eind van dit jaar zal verschijnen, aanschaffen. Dit jubileumboek met de titel ‘’Onverdoofde ondernemingsgeest’’ vertelt het persoonlijk verhaal van een tiental Haagse ondernemers vanaf de 18e eeuw tot heden. De publicatie is rijk geïllustreerd met zwart-wit- en kleurenfoto’s en omvat ca. 100 pagina’s.

SIED (Stichting Industrieel Erfgoed Deventer).

Op 11 mei werd de nieuwe huisvesting van de SIED , een historische betonnen graansilo uit 1925 aan de mr . de Boerlaan in Deventer officieel in gebruik genomen door Gijs van Elk, voorzitter van de SIED en Ruud Lammers, zoon van de ondernemer die indertijd de oude graansilo liet bouwen. De graansilo behoort tot de vroegste exemplaren die in Nederland in beton zijn gebouwd.  De begane grond van de graansilo, met een kantoorruimte, is door de SIED in gebruik genomen als expositieruimte, vergaderruimte en opslagruimte voor de collectie roerend industrieel erfgoed die de Deventer stichting in de loop der jaren heeft verzameld. Naast historische machines zijn in de expositieruimte ook historische documenten uit het

 Deventer industriële verleden aanwezig.

Het nieuwste kwartaalblad van de SIED, ‘’Nijvertijd’’, is geheel gewijd aan de geschiedenis van de bouw van graansilo’s in Deventer, waaronder de ‘’zwarte silo’’, de nieuwe huisvesting van de SIED.

voor informatie: www.sied.nl

STIEL (Stichting Industrieel erfgoed leiden)

De STIEL heeft bij de gemeente Leiden opheldering gevraagd over de bouwplannen voor het terrein van de houtzaagmolen ‘’de Heesterboom’’ aan de Haagweg. De nieuwe eigenaar van de historische houtzaagmolen heeft de oude houtloodsen, daterend uit de negentiende eeuw gedemonteerd, met de intentie deze weer binnen  vijf jaar te herbouwen bij de molen.  Op de plaats waar de houtloodsen hebben gestaan, worden luxe stadsvilla’s gebouwd.  De STIEL maakt zich zorgen over de aantasting van de oude houtzaagmolen met directe omgeving door de forse afmetingen van de nog te bouwen stadsvilla’s.  Ook maakt STIEL bezwaar tegen de voorgenomen sloop van de oude directeurswoningen, die plaats moeten maken voor de bouw van moderne kantoorflats.

Stichting Industrieel Erfgoed Helmond

De stichting Industrieel erfgoed Helmond(SIEH) is opgericht in 1996.  De stichting  richt zich op het industrieel erfgoed in de regio Helmond, een plaats met een rijke industriële geschiedenis.  Onlangs heeft de SIEH een eigen gebouw in gebruik genomen, dat als museum en bestuursruimte dienst zal gaan doen.  De afgelopen maanden zijn vele vrijwilligers van de SIEH druk bezig geweest met het opknappen van de nieuwe huisvesting.  Het pand van de SIEH is gehuisvest in een voormalig  kantoorgebouw van de textielonderneming CARP,  gebouwd in 1934 aan de Kanaaldijk naar een ontwerp van de bekende industrie-architect A.Beltman.  De fabrieksgebouwen van de textielfabriek zijn in 1979 gesloopt.  De SIEH deelt het kantoorgebouw samen met de Monumentenwerkgroep Helmond en de Archeologische Vereniging Helmont.  Het museumgedeelte is over drie zalen verspreid, en omvat de afdelingen metaal, grafisch werk, textiel, hout en algemeen.

Veel van het tentoongestelde materiaal is afkomstig van Helmondse bedrijven.

Het museum van de SIEH is geopend op elke derde zondag in de maand, van 13.00-17.00 uur.

Stichting Zaans Industrieel Erfgoed (ZIE)

De ZIE heeft onlangs haar nieuwe website gepresenteerd.  Op de website vindt de bezoeker een inleiding in de geschiedenis en de doelstelling van de ZIE, een fotoreportage van industriële monumenten in de Zaanstreek, een overzicht van de door de ZIE gepubliceerde rapporten en actueel nieuws over de stichting.  De ZIE is de opvolger van de Vereniging tot behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek in de Zaanstreek (MBTZ) ,  die al vanaf 1981 actief is en daarmee een van de oudste organisaties op het gebied van industrieel erfgoed in Nederland is.   De MBTZ heeft jarenlang een uitstekend gedocumenteerd tijdschrift uitgegeven, ‘’Met Stoom””, inmiddels is dit tijdschrift opgegaan in het historische tijdschrift ‘’Zaans Erfgoed”’’.

Op de website van de ZIE zijn alle ooit verschenen artikelen uit ‘’Met Stoom’’ geplaatst,  die via een index opgezocht kunnen worden.  Dit digitale tijdschriftartikelenbestand is een uitstekend initiatief om de industriële geschiedenis van de Zaanstreek voor buitenstaanders toegankelijk te maken.

www.zaans-industrieel-erfgoed.nl

Werkgroep Zwols Industrieel Erfgoed(ZIE)

De werkgroep ZIE , onderdeel van de Zwolse Historische Vereniging(ZHV),heeft onlangs alle historische industriële gebouwen in de gemeente Zwolle digitaal vastgelegd. De kleurenopnamen zijn te zien op de website van de ZHV:

www.zwolsehistorischevereniging.nl  De opnamen zijn gemaakt door amateurfotograaf A.Poelman.  Op de website is tevens de fietsroute opgenomen langs Zwols industrieel erfgoed, die onlangs op de nationale fietsdag(11 mei) officieel werd gepresenteerd.

BERICHTEN

GRONINGEN

Stadskanaal: het voormalige brugwachtershuisje aan de Cereskade in Stadskanaal is aangewezen als gemeentelijk monument. Het houten brugwachtershuisje dateert uit ca. 1900 en wordt gezien als een beeldbepalend object uit het veenkoloniale tijdperk.  Op 1 juli 2003 is het Stadskanaal met alle bijbehorende waterbouwkundige werken door de stad Groningen overgedragen aan de gemeente Stadskanaal.  Hiermee komt een einde aan een periode van drie eeuwen ‘’koloniaal bewind’’, waarin de stad Groningen het eigendom had over alle sluizen, bruggen en brug- en sluiswachterswoningen langs het Stadskanaal.

 

OVERIJSSEL  

Oldenzaal: het voormalige hoofdkantoor van de Oldenzaalse textielfabriek

“”Gelderman “’ wordt gerenoveerd.  Het monumentale pand werd in 1919 gebouwd aan de Spoorstraat, naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Karel Muller.  Muller is in Twente vooral bekend geworden vanwege zijn fraaie ontwerp voor het

tuindorp  ’t Lansink, gebouwd in opdracht van de Hengelose machinefabrikant Stork.   Evenals zijn ontwerp voor ’t Lansink  is  het kantoorgebouw van Gelderman in Oldenzaal niet vrij van Engelse stijlinvloeden: het pand is geïnspireerd op de Engelse landhuisstijl.  Na de ondergang van het Oldenzaalse textielimperium in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw kreeg het kantoorgebouw een nieuwe bestemming als discotheek.  In 1995 verloor het pand  deze bestemming en trad het onvermijdelijke verval in.  Eind 2002 werd het gebouw aangekocht door de Woonmaatschappij WBO, die er na de renovatie haar hoofdkantoor in wil vestigen.

 

GELDERLAND

Loenen: de historische papiermolen ‘’De Middelste Molen’’  aan het Apeldoorns Kanaal bij Loenen zal in het najaar  worden gerestaureerd.  De kosten van de restauratie bedragen ca. €  600.000,=.   De voormalige papiermolen is reeds jaren buiten bedrijf en wordt sinds kort beheerd door de Stichting Museum De Middelste Molen.  Het bestaande molencomplex dateert van 1887 en is de laatste nog geheel complete,  op stoomkracht aangedreven papierfabriek van de Veluwe.  Al in 1663 was op deze plaats een papierwatermolen in bedrijf.

Het interieur van de papiermolen verkeert nog geheel in de staat van 1887, met twee oude papierpersen met een stenen kollergang en een oude stoommachine.

Onlangs is het complex met de machines op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.

De bouwkundige conditie van het molencomplex is er de laatste jaren op achteruit gegaan.  Bij de aanstaande opknapbeurt worden het dak en de  houten vloeren van het gebouw  vernieuwd, en zal de oude schoorsteen worden herbouwd.   Jaren geleden werd de bouwvallige schoorsteen tot op de voet afgebroken.

Ook de machines, waaronder de stoommachine zullen in het kader van de restauratie worden gereviseerd.

Zutphen: aan de achterzijde van het NS-station van Zutphen ligt het oudste industrieterrein van de Hanzestad aan de Ijssel. In 2001 is een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd in dit gebied, dat rijk is aan oude pakhuizen, fabrieken en

loodsen.  Aanleiding  voor dit onderzoek zijn de plannen van de gemeente om dit gebied een nieuwe bestemming te geven als woningbouwlocatie.  Uit het onderzoek kwam naar voren dat twaalf bedrijfspanden cultuurhistorische waarde hebben. De gemeente Zutphen heeft  slechts twee panden op de lijst uiteindelijk voorgedragen voor de rijksmonumentenlijst. Het betreft het monumentale bedrijfspand van de ijzerwarenfabriek van de firma Reesink, een massief gebouw in de stijl van de Nieuw Zakelijkheid uit 1930 van architect W.van Tijen, en het voormalige koelpakhuis ‘’De Landbouw’’, gebouwd in expressionistische stijl in 1920. De overige panden vormen in de visie van de gemeente een te grote belemmering voor de nieuwbouwplannen van het gebied.

                                               foto: reesink

 

UTRECHT

Amersfoort: Amersfoort krijgt waarschijnlijk in het najaar een stichting die zich zal inzetten voor het behoud van industrieel erfgoed. Het initiatief voor de Stichting Industrieel Erfgoed Amersfoort komt van Mevr. J.Sickman en H.  van der Lee. Sickman zette zich al eerder in voor het behoud van diverse oude bedrijfspanden die op de nominatie stonden voor sloop. Om deze activiteiten meer gewicht te geven, is besloten een stichting in het leven te roepen.  Voor de bestuurssamenstelling denkt men aan een  vijf- tot elfkoppig bestuur dat het beleid moet gaan uitstippelen.

De nieuwe stichting zal nauw gaan samenwerken met de Oudheidkundige Vereniging Flehite.

De grootste aandacht van de stichting in oprichting gaat uit naar het behoud van de industriële panden van de voormalige wagenwerkplaats van de Nederlandse Spoorwegen aan de Soesterweg. Voor een van deze werkplaatsen is al een sloopvergunning afgegeven, maar het gebouw is inmiddels gekraakt en de sloop moet wachten op het verschijnen van een rapport van de gemeente. Een andere urgente kwestie is het mogelijke verdwijnen van de gebouwen van de kleurstoffenfabriek Warner Jenkinson en het bedrijf Rohm and Haas. beide panden staan inmiddels leeg en staan in het Eemkwartier waar een grootscheeps stadsvernieuwingsproject is gepland.

Veenendaal: Het   fabriekscomplex van de voormalige Hollandia-wolfabriek aan het Veendaalse Verlaat is op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.  Het complex van de Hollandia-wolfabriek is het laatste oude fabriekscomplex, dat nog overeind staat in de voormalige ‘’wol-metropool’’  Veenendaal. Ooit kende Veenendaal een bloeiende wolindustrie met vele bedrijven, waarvan na de sluiting alle gebouwen werden gesloopt, met uitzondering van  ‘’Hollandia””. 

Het Hollandia-complex  dateert uit de jaren twintig van de vorige eeuw en is door jarenlange leegstand  een bouwval geworden.   De gemeente wil delen van het fabrieksgebouw renoveren en inpassen in het nieuwe komplan ‘’Centrum-oost’’.

Ook de monumentale fabrieksschoorsteen moet in de visie van de gemeente behouden blijven.   Een deel van het historische fabriekscomplex zal worden gebruikt als huisvesting voor de openbare bibliotheek.

 

 

                                          foto: Veendaal: Hollandia-wolfabriek.

 

 

NOORD-BRABANT

Bergen op Zoom: de fabrieksschoorsteen van de voormalige spiritusfabriek van de firma Nedalco zal waarschijnlijk behouden blijven.  De directie van de fabriek wilde de schoorsteen, die niet meer in gebruik is, slopen.  Een aantal particuliere belangstellenden uit Bergen op Zoom verzette zich tegen de sloop van de schoorsteen en verenigde zich in de Stichting Behoud Industrieel Erfgoed Spiritus Schoorsteen(BIESS).   Zowel de gemeente als de firma Nedalco hadden geen geld over de voor de noodzakelijke restauratie van de schoorsteen, die behoort tot de drie hoogste nog bestaande schoorstenen van Nederland.   Inmiddels heeft het Monumenten Fonds Brabant toegezegd de schoorsteen aan te kopen en te restaureren.  Voor de opknapbeurt is ca. €  140.000,= nodig.   Ook is er een aanvraag ingediend om de schoorsteen op de lijst van Rijksmonumenten te plaatsen.

LIMBURG

Weert: de bedrijfsgebouwen van de voormalige landbouwcoöperatie ‘’Landbouwbelang’’ aan de Industriekade in Weert zijn aangewezen als rijksmonument.  De gemeente is tegen de monumentenstatus, omdat zij de gebouwen wil slopen. Op de plaats van de coöperatiegebouwen moet een appartementencomplex met vijftig woningen komen met een parkeergarage.

Volgens de gemeente is behoud van het complex en herbestemming van het complex niet mogelijk,  omdat de gebouwen in een te slechte staat zouden verkeren.

Ook een meerderheid in de gemeenteraad is  tegen het behoud van ‘’Landbouwbelang’’.  De Rijksdienst voor Monumentenzorg stelt dat het pand van ‘’Landbouwbelang’’ weliswaar geen architectonisch hoogstandje is, maar dat het pand uit 1912 wel zeldzaam is en belangrijk is als herinnering aan de industriële ontwikkeling langs de Zuid-Willemsvaart.  Bijzonder aan het complex is de ijzeren loskraan, waarmee het meel vanuit de schepen in de maalderij werd geladen.

LITERATUURSIGNALERING

1.Het kanaal van Almelo naar Nordhorn; een kanaal met toekomst.

Enschede, Universiteit Twente, 2000.  55 blz., geen ISBN. Te bestellen bij:  Wetenschapswinkel UT, Postbus 217, 6500 AE Enschede(tel. 053-4892671).

Het Kanaal Almelo-Nordhorn, dat in 1885 werd gegraven om de textielindustrie in Almelo een verbinding te geven met het Duitse kanalenstelsel, is economisch gezien nooit een succes geweest. Het kanaal werd al gauw te klein voor de scheepvaart  en de doortrekking naar Duitsland liet te lang op zich wachten.

In 1965 werd het kanaal voor de scheepvaart gesloten. Het kanaal behoort, mede vanwege de fraaie ligging in het Twentse landschap, tot de mooiste kanalen van ons land.  Vele oude ijzeren ophaalbruggen en een dubbele,  getrapte schutsluis geven het kanaal een bijzondere cultuurhistorische waarde. Dit rapport is geschreven vanuit de doelstelling het kanaal  in de toekomst te heropenen  voor de recreatievaart. Het rapport is geschreven in opdracht van de Stichting Cultuurhistorische Evenementen Almelo. Het rapport bestaat uit twee delen, een algemene oriëntatie en een inventarisatie van alle nog bestaande waterbouwkundige werken in het kanaal. Het rapport besluit met een analyse van alle betrokken organisaties en overheden, die betrokken zijn bij het beheer over het kanaal, en een stappenplan om in fasen een heropening van het kanaal voor de recreatiescheepvaart te realiseren.  Het rapport is voorzien van zwart-witfoto’s en een topgrafische kaart met de ligging van het kanaal en de kunstwerken.

2. Rienks, Henk: De Nederlandse vuurtorens en havenlichten in oude foto’s en prentbriefkaarten.

Capelle aan den Ijssel, Voet, 2002.  112 blz., iil., 18 X 26 cm., lit.opg. ISBN” 90-73647-39-8. prijs:  €  ……

Na de publicatie van het boek ‘’De Nederlandse watertorens in oude prentbriefkaarten’’ is nu een soortgelijk boek verschenen, gewijd aan de Nederlandse kustverlichting.   Het boek  begint met een beknopte historische beschrijving van de kustverlichting en de beschrijving van de verschillende typen vuurtorens.

Het  leeuwendeel van het boek beschrijft alle vuurtorens, lichtopstanden en havenlichten die ooit aan de Nederlandse kust zijn gebouwd, met inbegrip van de torens aan de Zuiderzeekust. Ook de minder bekende voorbeelden van kustverlichting worden vermeld, zoals Willemstad en Oud-Kraggenburg. Naast historische prentbriefkaarten zijn oude foto’s van vuurtorens opgenomen, welke minstens 40 jaar oud zijn.  Van elke afgebeelde toren is een beknopte historische beschrijving opgenomen, met vermelding van de technische gegevens van elke toren(bouwjaar, architect, hoogte).  Een aardige aanvulling op de reeds verschenen literatuur op het gebied van de Nederlandse kustverlichting, maar niet diepgravend en meer een ‘’plaatjesboek’’.

                                        foto:  oude prentbriefkaart van een vuurtoren.

3.       Vredenburg, j.: Handel, nijverheid en industrie; bedrijfsgebouwen in Arnhem.

(Arnhemse Monumentenreeks, nr. 12) . Arnhem, Stichting Monuscript/Matrijs, 2002.   64 blz., ill., lit.opg. ISBN 90-5345213 3. Prijs: €  9,95.

In deze uitgave wordt de geschiedenis van de belangrijkste bedrijven in Arnhem behandeld.  In diverse hoofdstukken wordt aandacht besteed aan pakhuizen, winkels, kantoorgebouwen, fabrieken, nutsbedrijven en spoorweg- en tramgebouwen.  In het hoofdstuk over nutsbedrijven word ook aandacht besteed aan de gebouwen op het KEMA-terrein uit 1938. Als gevolg van de oorlogsschade in 1944-1945 is in Arnhem relatief weinig overgebleven van historische bedrijfsgebouwen,  daarentegen zijn er nog wel relatief vele monumentale kantoorpanden te vinden, zoals de panden van de Nederlandsche Heidemaatschappij en de Levensverzekeringsmaatschappij ‘’Vesta’’.

In het boekje is een plattegrond opgenomen met een lijst van alle nog aanwezige voorbeelden van industrieel erfgoed.

                                                       foto: Arnhem;….